Voor verpakkingen en materialen die met voedingsmiddelen in contact komen bestaat er een Europese regelgeving sedert het begin van deze eeuw; daar werd nu weer wat aan gewijzigd

De essentie van de huidige wetgeving betreffende voedingsgeschikte verpakkingen zit vervat in de kaderverordening EG nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen, die bestemd zijn voor contact met levensmiddelen, en in de verordening EU nr. 10/2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof. Deze laatste bepaalt een aantal voorschriften, waaraan nu enkele significante wijzigingen en verbeteringen werden aangebracht. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (European Food Safety Authority, EFSA) heeft recent enkele adviezen gepubliceerd over een aantal specifieke stoffen, die kunnen gebruikt worden als uitgangsstof of additief in de productie van plastic verpakkings- en voedselcontactmaterialen, en ook over de bijhorende restricties voor het gebruik ervan. Onder meer deze EFSA-adviezen hebben geleid tot de verordening EU 2017/752 van 28 april jongstleden; het betreft wel degelijk een wijziging en rectificatie van de bestaande wetgeving.

Enkele basisingrediënten voor de polymeersynthese onder de loep! De verordening verschaft een paar duidelijke besluiten en bijbehorende grenswaarden. Van diëthyl[[3,5-bis (1,1-dimethylethyl)-4-hydroxyfenyl]methyl]fosfonaat mag er niet meer dan 0.2 gewichtsprocent aangewend worden voor de bereiding van polyethyleentereftalaat (PET). Dit fosfonaat wordt gebruikt bij de polymerisatiereactie en wordt uiteindelijk geïncorporeerd in de matrix omwille van zijn antioxiderende en stabiliserende eigenschappen. Bovendien concludeerde EFSA dat men niet ongerust hoeft te zijn voor de consument als er van het copolymeer van methacrylzuur, ethylacrylaat, n-butylacrylaat, methylmethacrylaat en butadieen in nanovorm niet meer wordt toegevoegd dan 10 gewichtsprocent in hard polyvinylchloride en niet meer dan 15 gewichtsprocent in nietgeplastificeerd polymelkzuur. Dit geldt voor contact met om ’t even welke voeding, bij omgevingstemperatuur of lager, en langdurige opslag. Het gehalte aan montmorillonietklei, die werd gemodificeerd met dimethyldialkyl(C16-C18) ammoniumchloride, mag nooit meer bedragen dan 12 gewichtsprocent in polyolefinen, die bij kamertemperatuur of lagere temperaturen in contact komen met droge levensmiddelen. Volgens verordening EU nr. 10/2011 worden dergelijke materialen getest met simulant E (gemodificeerd polyfenyleenoxide, MPPO).

De EFSA-evaluaties hadden ook betrekking op enkele additieven. Additieven zijn vrijwel nooit covalent gebonden aan de polymeermatrix. Hun vrijzetting vergt om die reden slecht een kleine aanvoer van energie, en het is dus logisch dat de migratie ervan dient opgevolgd. α-tocoferyl-acetaat kan enkel maar gebruikt worden als antioxidant in polyolefinen. Gemalen zonnebloempitschillen kunnen enkel voor gebruik bij kamertemperatuur of lager in contact met levensmiddelen, waarvoor men levensmiddelsimulant E (MPPO) gebruikt. Bovendien moeten de schillen afkomstig zijn van pitten voor menselijke consumptie. En tenslotte is er nog het mengsel van tetraëthylorthosilicaat (97 %) en hexamethyldisilazaan (3 %), dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als bindmiddel en/of als crosslinker in kunstharsen, zoals siliconenrubber en epoxyharsen. Met betrekking tot de verpakkings- en voedingscontactmaterialen mag het enkel bij de productie van gerecycleerd PET, in een concentratie van maximaal 0.12 gewichtsprocent.

Voortaan is er ook een nieuwe beperking op de migratie van metalen. De specifieke migratielimiet voor nikkel werd vastgelegd op 0.02 mg per kg levensmiddel of levensmiddelsimulant. De eerder vastgelegde limieten voor aluminium, barium, kobalt, koper, ijzer, lithium, mangaan en zink blijven ongewijzigd. Met deze samenvatting wilden we uw aandacht vestigen op enkele belangrijke en nieuwe aspecten van de Europese wetgeving. Mocht u er nog meer willen over vernemen, dan kunt u altijd terecht bij ing. Sara Geeroms van het Belgisch Verpakkingsinstituut (SG@ibebvi.be).

Artikel BVI P4F 05 17 Verordening 2017 752
Keer terug